leefregel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leef·re·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leefregel leefregels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

leefregel m [1]

  1. regel waar iemand zich aan probeert te houden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen