geler
Uiterlijk
- ge·ler
geler
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van geel
- Het woord geler staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| geler |
gelais |
gelé |
| eerste groep | volledig | |
geler
- overgankelijk bevriezen [4]; invriezen
- onovergankelijk bevriezen
- onpersoonlijk (meteorologie) vriezen
- ↑ geler (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Frans
- Overgankelijk werkwoord in het Frans
- Onovergankelijk werkwoord in het Frans
- Onpersoonlijk werkwoord in het Frans
- Meteorologie in het Frans