rechtspleging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·ple·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtspleging rechtsplegingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rechtspleging v [1]

  1. het voeren van een rechtszaak en het uitspreken van een vonnis; toepassing van het recht
    • Het Openbaar Ministerie zei donderdag desgevraagd begrip te hebben voor de boosheid van de ouders. 'Maar het PPC is een bijzondere zorgafdeling', aldus een woordvoerster. 'Robert M. zit daar omdat een gewoon regime niet geschikt voor hem is, onder meer met het oog op zijn veiligheid. Bij zo'n afdeling hoort een andere behandeling. Wij kiezen in Nederland voor een humaan gevangeniswezen, ook in het belang van een goede rechtspleging: Robert M. moet goed en fit terecht kunnen staan.' [2] 
    • 'Het NIOD kan niet zeggen of Van Anrooy uit ideologische of pragmatische motieven heeft gehandeld. Evenmin is bekend of hij na de oorlog is veroordeeld en in een interneringskamp heeft gezeten, zoals wordt beweerd. Dat laatste wordt nog nagezocht bij het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging', meldt de gemeente. [3] 
    • De Haarlemse rechter heeft zich afgelopen week gebogen over een vordering van 0,08 euro. Er vond zelfs een heuse rechtbankzitting plaats, met een rechter, een griffier en een vonnis. Nee, dit is geen verlate 1 aprilgrap. Dit is bloedserieuze rechtspleging in Nederland. [4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen