ultrarechts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ul·tra·rechts
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ultrarechts
verbogen ultrarechtse
partitief ultrarechts

Bijvoeglijk naamwoord

ultrarechts

  1. (politiek) extreem conservatief
    • ‘Politieke correctheid is niet op zijn plaats als je met terrorisme te maken hebt.’ Trump wil alleen nog hoogopgeleide buitenlanders binnenlaten. Trump verstuurde zijn tweets kort nadat de ultrarechtse haatsite Breitbart en het haast even polariserende Fox News - zijn favoriete media - er in die zin over hadden bericht.[1] 
    • Vanochtend was het in Barcelona rustig. Gisterenavond waren ultrarechtse tegenstanders van onafhankelijkheid in de Catalaanse hoofdstad op straat actief. In Madrid wordt vandaag een grote demonstratie verwacht voor de eenheid van Spanje. Morgen wordt een demonstratie gehouden in Catalonië van mensen die tegen de onafhankelijkheid zijn.[2] 
    • Trump geeft ultrarechtse randgroepen nieuwe hoop Vijftig jaar na de Summer of Love is er nu de zomer van het geweld, lijkt het. Er klinkt schelle oorlogstaal.[3] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 2 NOVEMBER 2017
  2. Tubantia Naz Taha 28-10-17,
  3. Volkskrant Arie Elshout 13 augustus 2017