elfproef

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elf·proef
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord elfproef elfproeven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

elfproef v/m

  1. (wiskunde) methode om te controleren of een registratienummer correct kan zijn met behulp van een controle cijfer
     Er is een methode om te controleren of een loonheffingennummer klopt. Dit wordt ook wel de ’Elfproef’ genoemd. Van de eerste drie cijfers moet er minimaal één niet een nul zijn. Beschouw de cijfers op de posities van het nummer van links naar rechts als a0, a1, a2, a3, a4, a5, a7 en a8. Het nummer voldoet aan de Elfproef als a8 gelijk is aan de restwaarde van de volgende berekening: (9xa0 + 8xa1 +7xa2 + 6xa3 + 5xa4 + 4xa5 + 3xa6 + 2xa7) : 11.[1]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Mijn vraag: Mag ik de loonstroken digitaal verstrekken aan mijn werknemers?” (09 nov. 2012), De Telegraaf
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be