staal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord staal stalen
verkleinwoord staaltje staaltjes

Zelfstandig naamwoord

staal o

  1. (metallurgie) een legering van ijzer en koolstof
    • Te Ter-Neuzen (thans Terneuzen) werden een paar jaren geleden, hoofdzakelijk door Belgisch kapitaal, groote fabrieken gebouwd ter bewerking van ijzer en staal. [2] 
  2. een monster van een stof, een kleine hoeveelheid van iets als proef
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stalen

staal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stalen
    • Ik staal. 
  2. gebiedende wijs van stalen
    • Staal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stalen
    • Staal je? 

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Bron:
    Tijdschrift: Het Nieuws van den dag.
    Opgericht door G. L. Funke en P. van Santen.
    No. 10363, Maandag 19 October 1903
    4e Blad. Bladzijde 14.
    Gemengd Nieuws.
    Het nieuws van den dag. 19 October 1903.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie