Naar inhoud springen

monster

Uit WikiWoordenboek
  • mon·ster
enkelvoud meervoud
naamwoord monster monsters
verkleinwoord monstertje monstertjes

hetmonstero

  1. schrikwekkend wezen
    • Sommige kinderen zijn bang van monsters onder hun bed. 
     Deze wordt vaak in één adem met die van Arendt genoemd, omdat beide verslaggevers van dit meest beroemde proces uit onze eeuw er, tegen de meerderheid van de wereldpers, de nadruk op legden dat Eichmann geen monster maar een gewoon mens was.[6]
  2. een kleine hoeveelheid willekeurig ontnomen aan een grotere massa
     Met de PCR kan het genoom van een virus in de vorm van RNA of DNA een aantal keren worden vermeerderd, ook als het virus slechts in kleine hoeveelheden in het monster aanwezig is.[7]
    • Ik heb een paar monsters genomen om te analyseren. 
    • in de techniek is het nemen van een monster vrijwel altijd bedoeld om hierop een bepaling te doen van een grootheid die een exacte representatie is van die van de grotere massa 
  3. iets dat vertoond wordt als een proefstuk, een staal
vervoeging van
monsteren

monster

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monsteren
    • Ik monster. 
  2. gebiedende wijs van monsteren
    • Monster! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van monsteren
    • Monster je? 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[8]
enkelvoud meervoud
monster monsters

monster

  1. monster, gedrocht.