monster
Uiterlijk
- mon·ster
- via Middelnederlands van Oudfrans monstre
- [1] in de betekenis van ‘gedrocht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1][2][3]
- [2] in de betekenis van ‘proefstuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1337 [4][5][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | monster | monsters |
| verkleinwoord | monstertje | monstertjes |
het monster o
- schrikwekkend wezen
- Sommige kinderen zijn bang van monsters onder hun bed.
- ▸ Deze wordt vaak in één adem met die van Arendt genoemd, omdat beide verslaggevers van dit meest beroemde proces uit onze eeuw er, tegen de meerderheid van de wereldpers, de nadruk op legden dat Eichmann geen monster maar een gewoon mens was.[6]
- een kleine hoeveelheid willekeurig ontnomen aan een grotere massa
- ▸ Met de PCR kan het genoom van een virus in de vorm van RNA of DNA een aantal keren worden vermeerderd, ook als het virus slechts in kleine hoeveelheden in het monster aanwezig is.[7]
- Ik heb een paar monsters genomen om te analyseren.
- in de techniek is het nemen van een monster vrijwel altijd bedoeld om hierop een bepaling te doen van een grootheid die een exacte representatie is van die van de grotere massa
- ▸ Met de PCR kan het genoom van een virus in de vorm van RNA of DNA een aantal keren worden vermeerderd, ook als het virus slechts in kleine hoeveelheden in het monster aanwezig is.[7]
- iets dat vertoond wordt als een proefstuk, een staal
- [1] gedrocht
- [2] steekproef
1. schrikwekkend wezen
| vervoeging van |
|---|
| monsteren |
monster
- Het woord monster staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "monster" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ monster op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 "monster" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ monster op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ Roel Coutinho“Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025310592 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| monster | monsters |
monster
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 7
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels