proeven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • proe·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
proeven
proefde
geproefd
zwak -d volledig

Werkwoord

proeven

  1. (overgankelijk) onderzoeken hoe iets smaakt
  2. (overgankelijk) smaak waarnemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

proeven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord proef