proeven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • proe·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘keuren door te eten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
proeven
proefde
geproefd
zwak -d volledig

Werkwoord

proeven

  1. overgankelijk onderzoeken hoe iets smaakt
  2. overgankelijk smaak waarnemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

proeven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord proef

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen