steekproef
Uiterlijk
- Geluid: steekproef (hulp, bestand)
- steek·proef
- Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘willekeurige proef’ voor het eerst aangetroffen in 1914 [1]
- samenstelling van steek ww en proef
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | steekproef | steekproeven |
| verkleinwoord | steekproefje | steekproefjes |
- (wetenschap) het onderzoeken van een selectie uit een totale populatie, waarmee eigenschappen van de totale populatie bepaald worden
- De kleine steekproef onder mijn vrienden was niet representatief.
- Het woord steekproef staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "steekproef" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "steekproef" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be