agente

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
de eerste agente

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • agen·te
enkelvoud meervoud
naamwoord agente agenten
agentes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

agente v

  1. (beroep) vrouwelijke vorm van agent
Hyponiemen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·gen·te
enkelvoud meervoud
agente agentes

Zelfstandig naamwoord

agente m

  1. (scheikunde) agens
  2. (beroep) agent, tussenpersoon, vertegenwoordiger
Synoniemen


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

agente

  1. vocatief enkelvoud van agent