Naar inhoud springen

agente

Uit WikiWoordenboek
de eerste agente
  • agen·te
  • afgeleid van agent met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord agente agentes
verkleinwoord - -

deagentev

  1. (beroep) vrouwelijke vorm van agent
 What the fuck, Robert!
Ik toets meteen het nummer van de agente in.
'Met Joy de Groot.'
'Hé Joy, goed dat je belt.
[1]
  • vrouwelijke vorm van agent
99 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[2]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • a·gen·te
enkelvoud meervoud
agente agentes

agente m

  1. (scheikunde) agens
  2. (beroep) agent, tussenpersoon, vertegenwoordiger, makelaar

agente

  1. vocatief enkelvoud van agent