cul

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

cul m

  1. (spreektaal) kont, reet
    «Mon cul
    M'n reet!
    «Ils sont comme cul et chemise!»
    Het zijn dikke vriendjes! (letterlijk: als kont en hemd) [1]
  2. (spreektaal) seks
    «David, il parle que d’cul
    David kan alleen maar over seks praten. [1]
  3. (spreektaal) mazzel
    «J’ai eu du cul, les keufs ont pas trouvé le shit que j’planquais dans ma chaussette.»
    Ik heb gemazzeld, de smerissen hebben de shit niet gevonden die ik in mijn sok verstopt had. [1]

Bijvoeglijk naamwoord

cul

  1. (spreektaal) stom, achterlijk, onnozel
    «C'est vraiment cul ce que t'as foutu!»
    Dat is echt stom wat je hebt gedaan! [1]

Verwijzingen


Welsh

Bijvoeglijk naamwoord

cul

  1. nauw