pirata

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /piːˈraː.ta/
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan Oudgrieks πειρᾱτής (peirātḗs) lett. “avonturier, iemand die het lot beproeft”, afgeleid van πεῖρα (peirā) v “proef, poging”. [1] [2]

Zelfstandig naamwoord

pirata m

  1. zeerover, vrijbuiter
Overerving en ontlening
Verbuiging


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron pirata in: Charlton T. Lewis An Elementary Latin Dictionary (1890), American Book Company, New York, Cincinnati, and Chicago op perseus.tufts.edu
  2. Bronlink Weblink bron πειρᾱτής in: Henry George Liddell en Robert Scott A Greek-English Lexicon, revised and augmented throughout by. Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie (1940), Clarendon Press, Oxford op perseus.tufts.edu


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pi·ra·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan Latijn pirata, zie ook bovenstaande.
enkelvoud meervoud
pirata piratas

Zelfstandig naamwoord

pirata m v

  1. (scheepvaart) piraat, kaper, zeerover
  2. (figuurlijk) wrede of verachtelijke persoon
  3. (pejoratief) (Argentinië) bijnaam voor de Engelsen
  4. (informatica) hacker
  5. iemand die illegaal goederen of werken namaakt of kopieert (en al dan niet door verkoopt)

Bijvoeglijk naamwoord

pirata

  1. met betrekking tot piraten of de piraterij
  2. illegaal gekopieerd of nagemaakt

Verwijzingen