rangorde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rang·or·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rangorde rangordes
rangorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rangorde v/m

  1. lijst waarin de items in een volgorde staan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie