slagorde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

slagorde van de troepen bij de slag bij Ilipa 206 voor Christus
lijnformatie
Uitspraak
Woordafbreking
  • slag·or·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slagorde slagorden
slagordes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slagorde v/m [2]

  1. (militair) opstelling van een leger voordat er gevochten gaat worden
    • In de schemering stelde Ala zijn troepen in slagorde op aan de rand van het dal. Op de rug van elke olifant zaten vier boogschutters, daarachter kwamen de sabeldragende ruiters op kamelen en paarden en helemaal achteraan de voetsoldaten, uitgerust met lansen en kromzwaarden.[3] 
  2. (figuurlijk) opstelling die het mogelijk maakt om aan de slag te gaan
    • Volgens Ivo Belet (CD&V) is glyfosaat niet de toekomst. 'Integendeel, we moeten volop inzetten op duurzame alternatieven.' Hij wil vermijden dat de lidstaten in verspreide slagorde omschakelen en kan zich daarom vinden in een beperkte verlenging van de toelating. Dat 'zorgt voor druk op de ketel om zo in heel Europa tegelijk over te schakelen op duurzame alternatieven'. [4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. slagorde op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Gordon,Noah De Heelmeester Vertaald door Thomas Mass [2006] ISBN 978-90-245-5496-6 pagina 403
  4. de Standaard 24/oktober/2017