messing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord messing -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

messing o

  1. (metallurgie) legering van koper en zink
Synoniemen
Vertalingen
Messing-en-groefverbinding bij vloerdelen


Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord messing messingen
verkleinwoord messinkje messinkjes

Zelfstandig naamwoord

messing

  1. v / m uitsteeksel op een zijde van een plank dat in de groef van een andere plank past
  2. m mestput, mestvaalt, beerput [3]


Gangbaarheid
95 % van de Nederlanders
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl