mestvaalt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Mestvaalt op landgeod De Bannink 2012.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • mest·vaalt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mestvaalt mestvaalten
verkleinwoord mestvaaltje mestvaaltjes

Zelfstandig naamwoord

mestvaalt v/m [1]

  1. plaats waar men mest en andere organisch afval van de boerderij verzamelt
    • In 1009 werd de ‘Kerk van de Mestvaalt’, zoals moslims haar noemden, op ­bevel van kalief Al-Hakim geplunderd en met fundamenten en al gesloopt. Wat overbleef werd in brand gestoken.[2] 
  2. (figuurlijk) iets waar het niet goed is zoals op een vuilnisbelt, iets waar een luchtje aan zit
    • Het valt niet mee een wielerkoers te becommentariëren na de bittere winter waarin ijskonijn Armstrong terug in zijn holletje werd gedirigeerd. Na hem werd de een na de ander gedwongen in zijn ranzige spiegel te kijken. Wat te verdragen is als vermoeden, wordt ondraaglijk als de waarheid naakt op de keien ligt: het peloton als farmaceutische mestvaalt. [3] 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de mestvaalt van de geschiedenis belanden
een slechte herinnering nalaten
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard DONDERDAG 23 MAART 2017
  3. NRC Peter Winnen 5 maart 2013 Tubantia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be