meel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
meel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gemalen graan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord meel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

meel o

  1. (voeding) gemalen graan
    • Meel is de basis van vele producten die men in de westerse wereld eet. 
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
melen

meel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melen
    • Ik meel. 
  2. gebiedende wijs van melen
    • Meel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melen
    • Meel je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen