zagemeel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ge·meel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zagemeel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zagemeel o

  1. fijn zaagsel
    • Het zagemeel waaide op in de wind. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be