meeldauw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meel·dauw
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘plantenschimmel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1666 [1]
  • samenstelling van  meel zn  en  dauw zn  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord meeldauw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

meeldauw m [3]

  1. (schimmels) een dunne, oppervlakkige schimmelaantasting van planten waarbij op diverse plantendelen een wit of grijs schimmelpluis gevormd wordt
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen