korenmeel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ren·meel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord korenmeel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

korenmeel o [2]

  1. gerstemeel
  2. maïsmeel
     Zo moesten plantagehouders de slaven wekelijks een portie van twee trossen bananen en een portie van twee pond "bakkeljauw of andere gerookte vis" verschaffen. Indien de bananen niet aanwezig of beschikbaar waren dan kon een (voorgeschreven) vervangende hoeveelheid rijst, yams, tajer, korenmeel, tarwemeel of gort gegeven worden. In plaats van de bakkeljauw mocht ook gerookt en gezouten vlees of haring en makreel gegeven worden.[3]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. korenmeel op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron “Plantages in Suriname” (geraadpleegd 4 juni 2021), Wikipedia