legger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leg·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord legger leggers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

legger m

  1. persoon die iets plaatst
    • Een andere meevaller was gisteren Görtzen, die tegen de Italianen weinig gelukkige momenten kende als passer en links- of rechtsbuiten, maar kennelijk toch als potentieel topspeler werd herkend door Arie Selinger. De legger van het fundament voor het moderne Nederlandse volleybal kwam tenminste informeren waar de sterke Limburger, voor dit seizoen door Alcom/Capelle overgenomen uit de boedel van VCG, speelt. [3]
    • De veiligheidsdienst van het concern zou de directie geadviseerd hebben de melding serieus te nemen. Een van de overwegingen bij die beslissing was dat tussen het tijdstip van melding en explosie iets meer dan een uur zat: de legger van de bom zou daarmee kunnen hebben aangegeven dat hij niet het winkelend publiek en het personeel als doel had, maar de vestiging zelf. [4]
    1. (beroep) (verouderd) iemand die in een papierfabriek de geperste vellen tussen de vilten weghaalt en recht op elkaar stapelt
      • Na dit persen werd het papier door den bij fig. 3 afgebeelden ‘legger’ uit de vilten gehaald en zuiver haaks op elkaar gelegd, terwijl de vilten weder onder bereik van den koetser werden gebracht. [5]
  2. vogel die eieren voortbrengt
    • De Groninger Meeuw, een "heel aardige legger", is verwant aan het Friese Pelhoender en de Oostfriese Meeuw. [6]
  3. plank in een kast
    • Sommige onderkasten hebben slechts een enkele legger in het midden, plus de kastbodem als afzetruimte. [7]
  4. voorwerp waar andere voorwerpen op kunnen rusten
    1. voorwerp dat de bovenkant van schrijftafel beschermt
    • De penlegger is van sierlijk gebogen kostbaar hout. De chroomstalen penhouder, die als gegoten in de hand ligt, volgt de curve van het hout, en de inktpot is als een kleinood ingelaten in de legger. De pen kan in de houder geschoven worden, die vervolgens als briefopener bruikbaar is. [8]
    • Ze ging achter het bureau zitten en plaatste haar armen op de groene rubberen legger die het bureau vooraan en in het midden goeddeels bedekte. [9]
    1. (verkeer) plat soort aanhangwagen met weinig opbouw die door een vrachtauto kan worden getrokken
      • Op de Maasdijk in 's-Gravenzande kantelde de achterste legger van een vrachtwagen plots, waardoor de lading boomstammen eruit viel. [10]
    2. (techniek) (boekdrukkunst) bekleding van de degel of van de drukcilinder met papier, karton, vilt of rubberdoek zodat het te bedrukken papier niet te hard tegen het zetsel wordt gedrukt
      • De samenstelling van de legger bepaalt in hoge mate de kwaliteit van het drukwerk. [11]
    3. (techniek) (boekdrukkunst) ondersteuning voor elk van de uiteinden van de as van de inktrol
      • De kar, die in een glad gepolijst, goed met olie ingesmeerd spoor loopt, heeft zich onderwijl met den lettervorm in beweging gesteld en schuift dezen onder de laatstgenoemde inktrol. De vorm komt daardoor met de rol in aanraking, brengt deze, die licht op leggers rust, in ronddraaiende beweging en ontvangt daarvan den inkt, waarvan de hoeveelheid door de plaatsing der walsen geregeld kan worden. [12]
  5. langwerpig voorwerp van hard stijf materiaal dat horizontaal blijft liggen, balk, ligger
    1. (bouwkunde) horizontale balk evenwijdig met de zijmuren, vaak ter ondersteuning van een vloer
      • Bij de vorige bouwvergadering was al gebleken dat één horizontale legger net wat te ver naar binnen steekt. [13]
    2. (bouwkunde) ondersteuning van een brugdek
      • Tijdens werkzaamheden bleek een van de zes hoofdliggers in het geheel doorgescheurd. De brug werd meteen gesloten voor het snelverkeer, omdat de legger een kritiek punt vormt in het brugdek. De breuk is nu provisorisch hersteld. Nader onderzoek moet uitwijzen of de brug meer gebreken vertoont. [14]
    3. (sport) (turnen) een van de twee steunen van de brug, een bepaald turntoestel
      • Het opmerkelijke is dat een brug met ongelijke liggers helemaal niet zo ongelijk is want de twee liggers zijn wat afstand betreft precies gelijk. Het ongelijke zit hem in het verschil in hoogte. De ene legger ligt hoger van de grond dan de ander. [15]
    4. (voetbal) lat, horizontale bovenkant van een doel
      • Afgezien van de twee arbitrale blunders zag Ajax drie grote kansen gestuit door de lat en het rechterbeen van Buyo. Eerst knalde Kluivert op de legger van het doel na een voorzet van Finidi, die later Kluivert alleen voor Buyo zette. [16]
    5. (scheepvaart) onderdeel van de scheepsbodem
      • Waarschijnlijk was de legger of steekbalk van den hoofdmast beneden in den kolsem (dwarse, dikke kielbalk) door het breken van den mast, los gaan staan, waardoor eenige planken aan bakboordzijde van elkander geweken waren. [17]
    6. (scheepvaart) (verouderd) loopplank die kan worden uitgelegd als verbinding tussen wal en schip
      • Voorts verstaan sij ook door een legger een plank, daar langs men in en uit een Schip gaat, (…) [18]
    7. (spoorwegen) (verouderd) dwarsligger, balk waarop de spoorstaven rusten
      • Een der hoogste spoorwegambtenaren heeft me verteld, dat het niet overdreven is van deze lijn, voorzoover ze door het oerbosch loopt, te zeggen, dat iedere legger het leven van een Chineeschen koeli vertegenwoordigt. De koorts heeft ook Europeesche ingenieurs gedood. [19]
  6. (oenologie) horizontale zijtak van een wijnrank
    • Druiven kunnen op horizontale leggers groeien of verticaal dan spreekt men van snoeren. [20]
  7. (scheepvaart) soort vaartuig dat op een bepaalde plaats is afgemeerd als platform of opslagruimte
    • Eindelijk kwamen zij bij de legplaats der booten, in de rivier vooruitspringend, buiten de vesting aangespoeld; de leggers der stoombooten naar Rotterdam waren verlaten, op dien der veerboot van Woudrichem en Sleeuwijk stonden boeren te wachten. [21]
  8. (molenaarsambacht) onderste maalsteen in een molen
    • De pas gelichte steen is een legger (ondersteen), die dunner is dan een loper of draaier (bovensteen), waar de brok uit de vaart waarschijnlijk een deel van is. De legger weegt duizend kilo, het brokstuk zon achthonderd. [22]
  9. informatie die op een vaste plaats wordt bewaard
    1. dossier, verzamelmap binnen een archief
      • In totaal werden ongeveer 25 dossiers terugbezorgd, waaronder die van bekende drugshandelaars, maar ook de legger van kantonrechter H. [23]
    2. registratie die een basis voor verdere werkzaamheden vormt
      • Nicolas opent een geheime legger, die hij de naam "Herstel foutjes van medewerkers" geeft. Hierin boekt hij de corrigerende opdracht. [24]
    3. overzicht van vindplaatsen van woorden voor het maken van een woordenboek
      • De behandeling van de verzamelde woorden en de voorbeelden die de diverse gebruiksmogelijkheden konden bewijzen, zouden in verschillende portefeuilles worden opgeslagen; te zijner tijd moesten alle gegevens in het lemma worden verwerkt en daarom moest in de legger nauwkeurig worden aangetekend waar in welke portefeuille een bepaalde betekenisomschrijving met bijbehorend voorbeeld teruggevonden kon worden. [25]
    4. openbaar register
      • Tot voor enkele jaren was het gewoon, dat de dienstdoende ambtenaar een kadastrale kaart tevoorschijn haalde en samen met de bezoeker probeerde uit te vinden wat het kadastrale nummer van het omstreden perceel was. Vervolgens begaf hij zich naar het archief, om daar de legger te halen: een groot boek, waarin de gegevens over de percelen worden bijgeschreven. En zo kwam men er na verloop van tijd wel uit. [26]
  10. bewaard origineel dat als basis dient voor kopieën
    1. (tekstkritiek) oorspronkelijke middeleeuwse tekst, die door overschrijven werd vermenigvuldigd
      • Het door Van Os onderzochte handschrift is daarom ook interessant omdat de laatste, vijftiende-eeuwse versie direct is overgeschreven van een veel eerdere versie uit het laatste deel van de dertiende eeuw. Tussen dit model, de legger, en de uiteindelijke laatste versie van de fabliau zijn geen andere handschriften geweest, iets dat zelden voorkomt. [27]
    2. (tekstkritiek) eerdere editie die wordt gebruikt als basis voor een nieuwe editie van een publicatie
      • De bibliotheek van het NBG bezit, naast de uitgave die als legger diende, nog twee andere exemplaren van de Statenvertaling uit 1637. [28]
    3. oorspronkelijke land- of zeekaart
      • De "legger" was de originele of basis-kaart, getekend door de hoofd-kaartenmaker, die vervolgens door zijn medewerkers naar behoeven kon worden nagetekend voor gebruik op de schepen. [29]
    4. (figuurlijk) stramien, voorbeeld
      • Helmers richt zich op de verbeelding van oorlog in één toneeltekst van Joost van den Vondel, waarin de dichter het contemporaine beeld van oorlog gebruikt als legger om de engelenstrijd in de hemel te verbeelden. [30]
    5. (verouderd) oorspronkelijke standaardmaat of -gewicht zoals bewaard om de gewoonlijk gebruikte maten en gewichten aan te ijken
      • De leggers van elke maat of gewigt zijn alhier berustende, en hunne modellen reeds op den 18 October 1800 aan den agent van nationale economie overgezonden. [31]
  11. (diergeneeskunde) zwelling op de op het voorbeen van een getemde dieren aan de achterkant van de elleboog; ontstaat tijdens het rusten door voortdurende druk van een zeer harde ondergrond (en bij paarden ook: druk van de hoefijzers aan het achterbeen)
    • Ontstekingen rondom gewrichten, maar ook leggers, zijn op sommige bedrijven een oorzaak van vrij veel kreupele varkens. [32]
    • Op de bruikbaarheid van het paard hebben de leggers geen invloed; (…) [33]
  12. (verouderd) groot vat voor drinkwater of wijn, dat gewoonlijk in het ruim van een schip bleef liggen
    • (…) kort daar na vonden wij een legger met vers water, die ook aan 't strand opgespoeld was, (…) [34]
    1. als vloeistofmaat tussen de 400 en 920 liter (precieze waarde plaats- en tijdgebonden)
      • 14 Vraage. Hoe veel leggers Wyn men nu hier in een jaar van de wynoegst, mitsgaders van de koornoegst heeft.
        Antwoord. Dit jaar by opgawe waren 'er wynstokken, 2729300
        Waar van zouden komen leggers, 1190
        Anders rekent men 1 legger wyn van 1000 wynstokken.
         [35]
  13. (verouderd) (beroep) iemand die als deel van zijn werk ergens langere tijd moet verblijven
    1. (scheepvaart) iemand die als bewaker op een afgemeerd schip woont
      • Wij hebben erop gerekend, dat je, evenals verleden jaar, na het aftuigen als legger aan boord blijft, en dus nog geen legger aangesteld. Je kunt dat baantje dadelijk waarnemen. Of heb je andere plannen? [36]
    2. iemand die langere tijd in een vreemde plaatse woont om zaken te doen
      • Het woord daer UE van vermaent dat gevonden wort, inde laetste nieuwmaere ujt Parnas, gis ick te zijn "il menante", dat ick vertolkt heb, de legger; meenende daermede eenen persoon erghens leggende om koop oft anderen handel te drijven. [37]
  14. (verouderd) (slacht) baarmoeder van een koe
    • De baarmoeder of lijfmoeder (Uterus) wordt ook genaamd de legger of draagzak, en bij sommige Vleeschhouwers ook wel het ligt of het heft, vooral als zij daarin eenige bevruchting bespeuren. [38]

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. legger op website: Etymologiebank.nl
  3. "Bankzitters doen ervaring op tegen ongemotiveerde VS" in: Trouw jrg. 52 nr. 15364 (21 november 1994); p. 9 kol. 2; geraadpleegd 2018-10-11
  4. "Bommelding bij filaal Albert Heijn" Limburgsch Dagblad jrg. 76 nr. 150 (29 juni 1994); p. 15 kol. 3; geraadpleegd 2018-10-11
  5. "Papierfabricatie II" in: Den Gulden Winckel. jrg. 13 nr. 2 (15 februari 1914) Hollandia-Drukkerij, Baarn; p. 31; geraadpleegd 2018-10-11
  6. "Kippen zijn weer populair" in: Nieuwsblad van het Noorden jrg. 105 nr. 294 (12 december 1992); p. 13 kol. 5; geraadpleegd 2018-10-11
  7. Stevens, J. "Kastinterieur kritisch en praktisch bekeken" in: Nieuwsblad van het Noorden jrg. 104 nr. 34 (9 februari 1991); p. 53 kol. 1; geraadpleegd 2018-10-11
  8. Janssen, P. "Betoverende kostbaarheden" in: De Telegraaf jrg. 100 nr. 32380 (4 maart 1992); p. 25 kol. 2; geraadpleegd 2018-10-11
  9. Gijsen, W. "Een zomeravond" in: Maatstaf. jrg. 13 nr. 11 (februari 1966) Daamen, Den Haag; p. 769; geraadpleegd 2018-10-11
  10. Zeeuw R. de & G. Gioia Engeltje op schouder automobilist als vrachtwagen boomstammen verliest (3 oktober 2018) op website: ad.nl; geraadpleegd 2018-10-12
  11. Gerwen, T. van legger op website: de-proefpers.nl; geraadpleegd 2018-10-11
  12. Meulen, R. van der "De boeken wereld: Theorie en practijk van den Boekhandel" (1897) A.W. Sijthoff, Leiden; p. (187) 158; geraadpleegd 2018-10-12
  13. Balken en lijnen (26 februari 2012) op website: VillaVeluwezoom.wordpress.com; geraadpleegd 2018-10-11
  14. "Brug Tasmanstraat morgen weer open" in: Het Parool jrg. 51 nr. 14216 (24 juni 1991); p. 7 kol. 7; geraadpleegd 2018-10-11
  15. Diederen, J. "Even en oneven" in: Limburgsch Dagblad jrg. 75 nr. 303 (24 december 1993); p. 36 kol. 7; geraadpleegd 2018-10-11
  16. Buddenberg, F. "Ajax zet Real als kleine jongen in de hoek" in: Trouw jrg. 53 nr. 15675 (23 november 1995); p. 13 kol. 6; geraadpleegd 2018-10-11
  17. Barfus, E. von Op Samoa. (1901) C.L.G. Veldt, Amsterdam; p. 78; geraadpleegd 2018-10-11
  18. Winschoten, W. à Seeman, behelsende een grondige uitlegging van de Neederlandse konst, en spreekwoorden, voor soo veel die uit de Seevaart sijn ontleend, en bij de beste schrijvers deeser eeuw gevonden werden. (1681) Iohannes de Vivie, Leiden; p. 136; geraadpleegd 2018-10-11
  19. Patijn, J.A.N. "In het land der Khmers." in: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift. deel 23 jrg. 12 nr. 2 (1902) Elsevier, Amsterdam; p. 26; geraadpleegd 2018-10-11
  20. Nooteboom, C. "Druiventeelt" in: Maasland. De tuin die bindt nr. 4 (2016) Volkstuinvereniging Maasland; p. 14; geraadpleegd 2018-10-11
  21. Netscher, F. Studie's naar het naakt model. (1886) Mouton & Co, Den Haag; p. 68; geraadpleegd 2018-10-11
  22. "Maalsteen Tolberter molen gelicht" in: Nieuwsblad van Friesland jrg. 107 nr. 173 (26 juli 1994); p. 13 kol. 2/3; geraadpleegd 2018-10-11
  23. Middelburg, B. "Verdachte rechter bij Fiod bekend" in: Het Parool jrg. 55 nr. 15310 (14 januari 1995); p. 1 kol. 4; geraadpleegd 2018-10-11
  24. Battus (ps. H. Brandt Corstius) "Leest Dan Niemand Balzac Meer?" in: De Volkskrant jrg. 74 nr. 21639 (15 september 1995); p. 19 (K&C 3) kol. 4; geraadpleegd 2018-10-11
  25. Bilt, I. van de "Adriaan Kluit (1735-1807) als lexicograaf" in: Voortgang. jrg. 22 (2004) Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam / Nodus Publikationen, Münster; ISBN 90-72365-85-2; p. 149; geraadpleegd 2018-10-11
  26. "Steeds grotere dienstverlening bij geautomatiseerd kadaster Friesland. Gegevens van 400.000 geregistreerde objecten in computer" in: Leeuwarder Courant jrg. 238 nr. 256 (2 november 1989); p. 23 kol. 1; geraadpleegd 2018-10-11
  27. Leibovici, S. "Scabreuze pret om overspel en bedrog" in: De Volkskrant jrg. 68 nr. 19843 (11 november 1989); p. 95 (V 31) kol. 5; geraadpleegd 2018-10-11
  28. Sijs, N. van der "Verantwoording van de digitale uitgave van de Statenvertaling 1637" in: Biblia, dat is: De gantsche H. Schrifture (Statenvertaling 1637). (2008) Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden op website: dbnl.org; geraadpleegd 2018-10-11
  29. "Vele topattracties op antiquarische beurs in Amsterdamse RAI" in: Trouw jrg. 48 nr. 13913 (1 maart 1990); p. 21 kol. 3; geraadpleegd 2018-10-11
  30. Manshande, V. "Is de pen machtiger dan het zwaard?" in: Vooys. jrg. 32 nr. 2 (maart 2014) Stichting Tijdschrift Vooys, Utrecht; p. 84; geraadpleegd 2018-10-11
  31. Ketner, F. "Bijdrage tot de kennis van de Utrechtse maten en gewichten" in: Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap. Deel 66. (1948) Kemink en Zoon, Utrecht; p. 192; geraadpleegd 2018-10-11
  32. Geudeke, T. "Kreupelheid bij varkens: een overzicht" in: GD Varken nr. 72 (december 2013) Gezondheidsdienst voor Dieren, Deventer; p. 23 kol. 1; geraadpleegd 2018-10-11
  33. Pacor Practische wenken voor houders van paarden in Nederlandsch-Indië 3e druk (1911) Kolff, Batavia; p. 93; geraadpleegd 2018-10-11
  34. Finjee, G. (ed. J.A. Daman) "Het verhaal van een schipbreukeling op de Javazee, 1751" in: De Gids. jrg. 99 deel 3 (1935) P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam; p. 146; geraadpleegd 2018-10-11
  35. Valentijn, F. (eds. E.H. Raidt & R. Raven-Hart) Beschryvinge van de Kaap der Goede Hoope. Deel II. (1973) Van Riebeeck-Vereniging, Kaapstad; ISBN 0 620 00058 9; p. 242; geraadpleegd 2018-10-11
  36. Oort, P. van "Mengelwerk. Bootsman Barend." in: De Tijdspiegel. jrg. 38 deel 2 (1881) Henri J. Stemberg, Den Haag; p. 319; geraadpleegd 2018-10-11
  37. Hooft, P.C. "brief aan J. Baak (31 juli 1629)" in: H.W. van Tricht e.a. (eds.) De briefwisseling van Pieter Corneliszoon Hooft (eerste deel). (1976) Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg; ISBN 90 11 91313 2; p. 746/747; geraadpleegd 2018-10-11
  38. Francq van Berkhey, J. le Natuurlyke historie van Holland. Deel 6. (1807) P.H. Trap, Leiden; p. 355; geraadpleegd 2018-10-11


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • leg·ger
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 886

Werkwoord

legger

  1. tegenwoordige tijd van legge
Afgeleide begrippen
  • legger fram
  • legger opp
  • legger ut

Zelfstandig naamwoord

legger

  1. legger
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Woordafbreking
  • leg·ger

Zelfstandig naamwoord

legger, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van legg
Schrijfwijzen