ligger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lig·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ligger liggers
verkleinwoord liggertje liggertjes

Zelfstandig naamwoord

ligger m

  1. (bouwkunde) een samengesteld horizontaal constructie-element om een ruimte te overspannen
    • De liggers waren door de constructeur nauwkeurig berekend. 
  2. (sport) elk van de horizontale steunen van een brug als gymnastiekwerktuig
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

Woordafbreking
  • lig·ger
Naar frequentie 452

Werkwoord

ligger

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van ligge

Frase


Noors

Woordafbreking
  • lig·ger
Naar frequentie 414

Werkwoord

ligger

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van ligge

Frase


Nynorsk

Werkwoord

ligger

  1. verouderde spelling of vorm van ligg van vóór 2012 [1]
(tegenwoordige tijd van ligga en ligge)

Verwijzingen

  1. Taalhervorming 2012:
    Ny rettskriving for 2000-talet (in het Nynorsk)
    3.4.4 Presens på [-er] av sterke verb