dossier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dos·sier
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dossier dossiers
verkleinwoord dossiertje dossiertjes

Zelfstandig naamwoord

dossier o

  1. een aantal documenten, nota's en eventuele andere objecten die samen een geheel vormen
    Iedere patiënt heeft bij de huisarts zijn eigen dossier.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  dossier     le dossier     dossiers     les dossiers  

Zelfstandig naamwoord

dossier m

  1. rugleuning, rugstuk
  2. dossier