dossier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dos·sier
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord dossier dossiers
verkleinwoord dossiertje dossiertjes

Zelfstandig naamwoord

dossier o

  1. een aantal documenten, nota's en eventuele andere objecten die samen een geheel vormen
    • Iedere patiënt heeft bij de huisarts zijn eigen dossier. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  dossier     le dossier     dossiers     les dossiers  

Zelfstandig naamwoord

dossier m

  1. rugleuning, rugstuk
  2. dossier