leek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leek
enkelvoud meervoud
naamwoord leek leken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

leek m

  1. iemand die niet deskundig is op een bepaald gebied
  2. (religie) iemand die niet tot den geestelijken stand behoort, de gewone gelovige
    In de katholieke kerk helpen leken bij de eredienst.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
lijken

leek

  1. enkelvoud verleden tijd van lijken
    Ik leek.
    Jij leek.
    Hij, zij, het leek.

Werkwoord

vervoeging van
leken

leek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leken
    Ik leek.
  2. gebiedende wijs van leken
    Leek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leken
    Leek je?


Engels

enkelvoud meervoud
leek leeks

Zelfstandig naamwoord

leek

  1. prei