beek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
beek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beek
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘smal stromend water’ voor het eerst aangetroffen in 814 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord beek beken
verkleinwoord beekje beekjes

Zelfstandig naamwoord

beek v/m

  1. een kleine, ondiepe waterloop
    • De Doorbraak is een nieuwe kunstmatige beek bij Almelo. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen