geestelijke

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gees·te·lij·ke
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geestelijke geestelijken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geestelijke m

  1. (religie) iemand die voor een geloof werkt
    • De man die we laatst in de kerk zagen, is een geestelijke. 

Bijvoeglijk naamwoord

geestelijke

  1. verbogen vorm van de stellende trap van geestelijk

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie