Naar inhoud springen

amatør

Uit WikiWoordenboek
  • Afkomstig van het Franse woord  amateur zn  "liefhebber voor kunst of wetenschap", dat van het Latijnse woord  amator zn  "liefhebber", dat afgeleid is van het Latijnse woord  amare ww  "beminnen, liefhebben"
  • Deens zelfstandig naamwoord met het achtervoegsel -ør
Naar frequentie 6681
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   amatør     amatøren     amatører     amatørerne  
genitief   amatørs     amatørens     amatørers     amatørernes  

amatør, g

  1. amateur
    «Han er en sand amatør, der kan gøre noget godt arbejde.»
    Hij is een echte amateur, die kan echter niks goeds doen.
    «Hvem er en amatør
    Wie is een amateur?
  • ama·tør
  • Afkomstig van het Franse woord  amateur zn  "liefhebber voor kunst of wetenschap", dat van het Latijnse woord  amator zn  "liefhebber", dat afgeleid is van het Latijnse woord  amare ww  "beminnen, liefhebben"
  • Noors zelfstandig naamwoord met het achtervoegsel -ør
Naar frequentie 7495
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   amatør     amatøren     amatører     amatørene  
genitief   amatørs     amatørens     amatørers     amatørenes  

amatør, m

  1. amateur (van bijv. wetenschappelijke, artistieke of sportieve activiteiten)
    «I fjor ble Sveriges sterke Bernt Johansson olympisk mester på landevei og vant England rundt som amatør.»
  1. (verouderd) kunstliefhebber
  • ama·tør
  • Afkomstig van het Franse woord  amateur zn  "liefhebber voor kunst of wetenschap", dat van het Latijnse woord  amator zn  "liefhebber", dat afgeleid is van het Latijnse woord  amare ww  "beminnen, liefhebben"
  • Nynorsk zelfstandig naamwoord met het achtervoegsel -ør
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   amatør     amatøren     amatørar     amatørane  

amatør, m

  1. amateur
  2. kunstliefhebber