kraai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kraai
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kraai kraaien
verkleinwoord kraaitje kraaitjes

Zelfstandig naamwoord

kraai v/m

  1. (vogels) Corvus corone Wikispecies-logo-en.png, een zwarte zangvogel
    Kijk, er zit een kraai in de boom!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kraaien

kraai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraaien
    Ik kraai.
  2. gebiedende wijs van kraaien
    Kraai!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kraaien
    Kraai je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl