roek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roek roeken
verkleinwoord roekje roekjes

Zelfstandig naamwoord

roek m

  1. (vogels) Corvus frugilegus, kraaiachtige vogel
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
65 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl