kooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kooi
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kooi kooien
verkleinwoord kooitje kooitjes

Zelfstandig naamwoord

kooi v/m

  1. (techniek) een uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
    De Kooi van Faraday.
  2. (veeteelt) ~ voor dieren
    Hamsters worden meestal in een kooi gehouden.
  3. (scheepvaart) slaapplaats van boord van een schip
    De andere matrozen lagen al in hun kooi.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.


Werkwoord

vervoeging van
kooien

kooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kooien
    Ik kooi.
  2. gebiedende wijs van kooien
    Kooi!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kooien
    Kooi je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl