couchette
Uiterlijk
- cou·chet·te
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bed in trein’ voor het eerst aangetroffen in 1917 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | couchette | couchettes |
| verkleinwoord | couchettetje | couchettetjes |
- (eenvoudige) slaapplaats in een trein, die overdag meestal als zitplaats gebruikt kan worden
- In de bedevaartstrein naar Lourdes reist men in een trein met couchettes.
- Het woord couchette staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "couchette" herkend door:
| 73 % | van de Nederlanders; |
| 62 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "couchette" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ couchette op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be