kav

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kav
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijwoord:
    • Ontleend aan het Oudnoordse voorvoegsel kaf-
  • Zelfstandig naamwoord:
    • [1-2]: Ontleend aan het Oudnoordse woord  kaf zn 
    • [3-5]: Afkomstig van het Noorse woord  kave ww  (schermen)
    • [6-7]: Etymologie onbekend
Naar frequentie 8024

Bijwoord

kav

  1. helemaal door; compleet, zeer (gebruikt om bijvoeglijke naamwoorden te versterken)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kav     kavet     kav     kava
kavene  
genitief   kavs     kavets     kavs     kavas
kavenes  

Zelfstandig naamwoord

kav [1], o

  1. afgrond
  2. (geologie) diepzee
  3. lawaai
  4. onrust, rusteloosheid
  5. gestook
  6. (geologie) jachtsneeuw
  7. zeeschuim
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

kav

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van kav

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 14 april 2020 Weblink bron “kav”, Det Norske Akademis ordbok (NAOB) (in het Noors)


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kav
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijwoord:
    • Ontleend aan het Oudnoordse voorvoegsel kaf-
  • Zelfstandig naamwoord:
    • [1-2]: Ontleend aan het Oudnoordse woord  kaf zn 
    • [3-5]: Afkomstig van de Nynorske woorden  kava ww  rn  kave ww  (beide: schermen)

Bijwoord

kav

  1. helemaal door; compleet, zeer (gebruikt om bijvoeglijke naamwoorden te versterken)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kav     kavet     kav     kava  

Zelfstandig naamwoord

kav, o

  1. afgrond
  2. (geologie) diepzee
  3. lawaai
  4. onrust, rusteloosheid
  5. ijverige bewegingen met je handen, (het) schermen, , (het) zwaaien
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

kav

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van kav