zwaaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwaai·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwaaien
zwaaide
gezwaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

zwaaien

  1. (inergatief) begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
    De kinderen stonden al te zwaaien toen we aankwamen.
  2. (inergatief) aandacht vragen door met de armen heen en weer te bewegen
    De man stond te zwaaien om ons aan te geven dat we er niet in mochten rijden.
Vertalingen