jo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Catalaans

Persoonlijk voornaamwoord

jo

  1. ik


Fins

Bijwoord

jo

  1. al, reeds


Fries

  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ik my wy ús
2e persoon
fam.
do dy jimme jimme
2e persoon
beleefd
jo jo
3e persoon
(mannelijk)
hy him hja, sy har, harren
3e persoon
(vrouwelijk)
hja, sy har
3e persoon
(onzijdig)
it it

Persoonlijk voornaamwoord

jo

  1. tweede persoon beleefdheidsvorm: u



Friulisch

persoon enkelvoud meervoud
eerste jo , noaltris
tweede tu , voaltris
derde lui lôr

Persoonlijk voornaamwoord

jo

  1. ik


Lets

Voegwoord

jo

  1. omdat, want

Partikel

jo

  1. des te


Litouws

Uitspraak

Bezittelijk voornaamwoord

jo

  1. zijn


Zweeds

Bijwoord

jo

  1. jawel