bezeten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ze·ten
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bezeten
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

bezeten

  1. onder de invloed van een boze geest zijn
  2. teveel onder invloed zijn van iets dat op zich niet slecht hoeft te zijn
Vaste voorzetsels
  • bezeten zijn van
    • Hij is bezeten van snelle auto's en mooie vrouwen. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bezitten

bezeten

  1. voltooid deelwoord van bezitten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie