ingang
Uiterlijk
- in·gang
- samenstelling van in en gang [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ingang | ingangen |
| verkleinwoord | ingangetje | ingangetjes |
de ingang m
- een trefwoord dat te vinden is in een woordenboek
- een opening waar iets doorheen kan of waardoor men binnenkomt (toegang); vaak is dit tevens een uitgang
- het ingaan, het begin van iets ('ingangsdatum')
- ▸ Hij vervolgt met de mededeling de benoeming als gemeentearchitect van Nieuwe- en Oude- Tonge aan te nemen en spreekt de hoop uit met ingang van 1 januari 1952 te kunnen beginnen.[4]
- (techniek) aansluiting van elektrisch apparaat waar een signaal binnen komt
|
|
1. een trefwoord dat te vinden is in een woordenboek
- Het woord ingang staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ingang" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ ingang op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %