ingaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·gaan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ingaan
ging in
ingegaan
klasse 7 volledig

Werkwoord

ingaan

  1. inergatief ~ op: ergens op reageren
    • De voorzitter wilde niet op vragen ingaan. 
     Voor de eerste keer na het ongeluk wilde ze ergens dieper op ingaan.[1]
  2. ergatief van start gaan
    • Gisteren is de zomertijd ingegaan. 
  3. ergatief binnengaan
    • Hij ging direct het huis in. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be