toegang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toegang toegangen
verkleinwoord toegangetje toegangetjes

Zelfstandig naamwoord

toegang m

  1. plaats waarlangs men ergens binnen kan gaan
    De toegang werd versperd door een groot rotsblok.
  2. het kunnen of mogen binnenkomen of gebruik van maken
    De biograaf kreeg toegang tot het persoonlijk archief van de koning.
    De toegang is verboden voor onbevoegden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie