hoofdingang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·in·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdingang hoofdingangen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hoofdingang m

  1. De belangrijkste ingang van een gebouw.
    • De hoofdingang van een kerk wordt vaak gevormd door een portaal. 
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.