dienstingang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dienstingang
Uitspraak
Woordafbreking
  • dienst·in·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dienstingang dienstingangen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dienstingang m

  1. ingang die voor het personeel en voor leveranciers bestemd is
    • Stefans Saab stond pal tegenover het monumentale grachtenpand, met de neus naar het water. Even verderop stond Hannekes knalrode Twingo. Maarten liep de trapjes op naar de voordeur en drukte op beide bellen. Toen nog een keer, en nog eens. Geen reactie. Hij liep de trapjes weer af en probeerde de bel van de oude dienstingang, die naar Hannekes kantoor voerde.[1] 
    • Vrouwenbezoek in de hotelkamers ontvangen is verboden, maar met die huisregel schijnt de hand te worden gelicht. Het gerucht gaat dat de piccolo's tegen betaling via de dienstingang aan de achterkant van het hotel meisjes binnensmokkelen. [2] 
    • Zondag stalen ongeveer twintig rijtuigen met aanspanning de show met een parade over de oprijlaan. Op dat moment stond er al een fikse rij wachtenden voor de dienstingang van het herenhuis want de organisatie liet telkens maximaal 35 bezoekers toe. [3] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Berg, Michael Hôtel du Lac [2011] ISBN 978-90-443-2989-6 pagina 278
  2. Beijnum, Kees van De offers [2014] ISBN 978-90-234-8628-2 pagina 42
  3. Tubantia 14-augustus-2016