ingangsdatum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·gangs·da·tum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ingangsdatum ingangsdatums,
ingangsdata
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ingangsdatum m

  1. de dag dat iets begint of van kracht wordt
    • 1 augustus is de ingangsdatum van mijn treinabonnement. 
    • De ingangsdatum van deze wet is 1 november. 
Synoniemen
  1. startdatum

Gangbaarheid