zijingang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·in·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijingang zijingangen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zijingang m

  1. een ingang aan de zijkant
    • De schietpartij heeft geen gevolgen voor het vliegverkeer. Alle vluchten kunnen gewoon doorgaan. De terminal bleef via een zijingang bereikbaar. [1] 
    • Onbekenden hebben vanochtend rond half vier een ramkraak gepleegd op juwelier/edelsmid Bilan in winkelcentrum Hasselo in Hengelo. De daders reden daarbij eerst een glazen pui van de zijingang aan diggelen en ramden vervolgens de winkelpui. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen