met ingang van

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • met in·gang van
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

met ingang van

  1. (formeel) vanaf, beginnende, aanvang hebbende
    • U kunt met ingang van 1 maart van de woning gebruik maken. 
Schrijfwijzen