Naar inhoud springen

naaf

Uit WikiWoordenboek
  • naaf
enkelvoud meervoud
naamwoord naaf naven
verkleinwoord naafje naafjes

denaafv/m

  1. centrale as of middenstuk van een wiel of rad
    • De spaken verbinden de naaf met de velg van een fietswiel. 
76 %van de Nederlanders;
60 %van de Vlamingen.[2]