hert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hert
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘herkauwer’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hert herten
verkleinwoord hertje hertjes

Zelfstandig naamwoord

hert o

  1. herkauwend zoogdier, het mannetje draagt een gewei
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Fries

Zelfstandig naamwoord

hert o

  1. hart


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /(x)hært/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

hert o

  1. hart
Verbuiging