herrie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘lawaai’ voor het eerst aangetroffen in 1806 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord herrie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herrie v/m

  1. veel en onaangenaam geluid
    • Als er niet zo veel herrie was geweest, had hij kunnen nadenken over wat hem dwarszat, maar de krijsende fluittonen volgden elkaar op, onderbroken door explosies die je van hoofd tot voeten door elkaar schudden. [3] 
    • Vanaf haar plaats op de stenen bal keek Schoonheid rustig neer op de herrie die voor haar op het plein aan de gang was. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen