Naar inhoud springen

spektakel

Uit WikiWoordenboek

(klemtoonhomogram)

  • spek·ta·kel
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord spektakel spektakels
verkleinwoord spektakeltje spektakeltjes

[A]hetspektákelo

  1. opzienbarend schouwspel, wonderbare vertoning
    • De festiviteiten werden geopend met een groots spektakel. 
     De kroning van de oudste monarch uit de Britse geschiedenis was in Londen tot in de puntjes georganiseerd. Het moest een spektakel worden, het werd een spektakel. Een ceremonie vol met verwijzingen naar de duizend jaar van koninklijke en religieuze historie.[5]
     In de taxi naar huis, een gewone doorrookte Volvo, in alle discretie, was het een goed gevoel om weg te komen van het spektakel in Riche, ook al voelde het misschien een beetje vreemd om het op Erkki te schuiven.[6]
  2. opgewonden, luidruchtig gedrag
     De bestorming van overheidsgebouwen in Brazilië roept de vraag op of meer landen dit soort spektakel wacht.[7]
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord spektakel spektakels
verkleinwoord spektakeltje spektakeltjes

[B]despéktakelm

  1. (visserij) (historisch) hijswerktuig op walvisvaarders om (delen van) de vangst aan boord te krijgen
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[8]

spektakel o

  1. driftbui
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spektakel     spektaklet     spektakler     spektaklerne  
genitief   spektakels     spektaklets     spektaklers     spektaklernes  

spektakel o

  1. spektakel
spektakels enkelvoud meervoud
  onbepaald bepaald onbepaald bepaald
  nominatief     spektakel     spektaklet     spektakel     spektaklen  
  genitief     spektakels     spektaklets     spektakels     spektaklens