geluidshinder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luids·hin·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geluidshinder
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geluidshinder m

  1. verstoring door lawaai
    1. (juridisch) (Nederland) gevaar, schade of hinder als gevolg van met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen [1]
    2. (juridisch) (België) mate van voor de bevolking door omgevingslawaai veroorzaakte hinder als bepaald met veldonderzoek [2]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rijksoverheid “Wet geluidhinder” (1 mei 2017) op MijnOverheid op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron Vlaamse Regering “Besluit van de Vlaamse Regering inzake de evaluatie en de beheersing van het omgevingslawaai en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.” (31 augustus 2005) op fgov.be
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be