geluidshinder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luids·hin·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geluidshinder
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geluidshinder m

  1. een subjectieve ervaring van mensen waarbij ze geluid of lawaai hinderlijk vinden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie