kabaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·baal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lawaai’ voor het eerst aangetroffen in 1845 [1]
  • Herkomst: Hebreeuws (vernederlandste vorm) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kabaal
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kabaal o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) lawaai, herrie
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

kabaal

  1. kabaal; lawaai, herrie


Veluws

Zelfstandig naamwoord

kabaal

  1. kabaal; lawaai, herrie