haverklap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ver·klap
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse ave en het Middelnederlandse clap; het slaan van de klok voor het ave, driemaal daags.

Zelfstandig naamwoord

haverklap m

  1. om de ~: regelmatig en veelvuldig zich herhalend
    • Hij was om de haverklap verkouden. 

Gangbaarheid